Padel ontstond rond 1969 in Acapulco, Mexico, bedacht door de rijke zakenman Enrique Corcuera. Hij had onvoldoende ruimte voor een volledige tennisbaan in zijn tuin, dus bouwde hij een kleiner veld van 10×20 meter met hoge muren (3-4 meter) van glas en beton, waar de bal tegenaan kon ketsen, geïnspireerd op paddle tennis en squash.
Het idee nog vroeger?
De sport heeft voorlopers vanaf 1890 op Engelse cruiseschepen, waar passagiers een tennisvariant speelden met peddels van reddingsboten. In 1924 introduceerde Frank Beal ‘paddle tennis’ in New York-parken, met korte banen en houten peddels, wat Corcuera’s idee beïnvloedde.
Verspreiding naar Europa
In 1974 bracht prins Alfonso de Hohenlohe padel naar Spanje na een bezoek aan Corcuera; hij bouwde de eerste banen bij de Marbella Club, waar het aansloeg bij de elite. Tennisser Manolo Santana promootte het verder langs de Costa del Sol.
Wereldwijde groei
Van Spanje verspreidde padel zich naar Argentinië (1975, nu tweede sport na voetbal), Brazilië en verder. In Nederland kwam de eerste baan in 2006 in Enschede; het groeide sterk sinds 2010 via de KNLTB.

